Detlef Kleuker

Orgelbouwer Detlef Kleuker

Detlef Kleuker was als jonge orgelbouwer zeer betrokken bij het Noord-Duitse zogenaamde “neo-barokke type.”

Zijn instrumenten waren technisch steeds met vele nieuwigheden (tropisch-proof constructie, kunststoffen slepen, aluminium kleppen en tractuur etc.) doorspekt terwijl de dispositie en de klank in eerste instantie maar zeer conventioneel en onopvallend waren.

Het was de samenwerking tussen Jean Guillou, Detlef Kleuker en zijn sympathieke intonateur Klaus Blonigen (hij gaf de orgels in het Luxemburgse Bridel en Sandweiler hun klank) dat het traditionele bedrijf nieuwe wegen insloeg.

“Het pad van de kleine stappen” zoals Blonigen het graag zei, leidde uiteindelijk met de orgels in Besnardière, Alpe d’Huez, Zürich (Tonhalle) en Brussel (een aantal andere kleinere huisorgels inbegrepen) naar het standaard Kleuker-orgel, een synoniem voor pijporgels met kwaliteit, tonale verfijning, poëzie en tactiele speelbaarheid.
Detlef Kleuker was niet een op geld belust iemand, daarom waren zijn kwalitatief goede orgels zeer gunstig geprijsd en tevens extreem onderhoudsarm.
Zijn inzet voor de toepassing van een lichtmetalen tractuur was een noviteit en een aanzienlijke toename van de tractuurkwaliteit.

Het gebruik van vierkante speelventielen, die hij Besnardière nog toepaste, was waarschijnlijk een vergissing, maar wie niet durft doet ook niets fout.
Visueel en qua klank waren zijn instrumenten in die tijd zeer geliefd en voldeden volledig aan de verwachting van de toenmalige organisten.

Niet zonder reden, na jaren van ontkenning (zoals altijd) en het gevecht tegen bepaalde gangbare opvattingen, werden de hierboven genoemde instrumenten op het hoogste internationale niveau besproken.

Kleuker stierf te vroeg en zijn opvolger, de voormalige werkplaatschef Baune, zette het bedrijf vanuit een commercieel oogpunt niet verder voort.

Een groot verlies maar een schat aan baanbrekende ontwikkelingen bleef over.

Het intoneerhandschrift van Blonigen was uniek in zijn soort (ook hij is al overleden).

Blonigen bracht de kunst van de orgelbouw op een zeer hoog niveau en dat een Noord-Duitse, “klassieke” orgelbouwer zich in 1970 met een jonge orgelexpert (Guillou was 40) inliet, was een daad met vooruitziende blik.

Van Kleuker zelf valt niet veel meer te vertellen: Detlef Kleuker was getrouwd en had een dochter, was eerst marine-ingenieur en fervent zeiler.

Zijn herkenbaarheid: pijp en de typische Noord-Duitse blauwe pet “à la Helmut Schmidt.”

Een zeer rustige, vaderlijke man die jonge orgelbouwadviseurs niet meteen terecht wees, maar gevoelig omging met nieuwe ideeën en verlangens.

Als iets niet werkte, dan legde hij uit waarom en probeerde altijd om de orgeladviseur het werk mogelijk te maken.
Hij was ondanks zijn ernstige gezondheidsproblemen in conditie.

Detlef Kleuker overleed in 1988 voordat het instrument in Bridel (Luxemburg) gereed was.

Hij heeft ontegenzeglijk een stempel gedrukt op de ontwikkelingen in de orgelbouw, had een vooruitziende blik en was een nobele denker die de ontwikkelingen niet verslapen had.